Wat is preoperatieve luchtwegbeoordeling?

Preoperatieve luchtwegbeoordeling is het systematisch anatomisch en fysiologisch onderzoek van de luchtwegen van een patiënt vóór elke anesthesieprocedure. Het primaire doel is het vooraf identificeren van mogelijke intubatieproblemen, het voorkomen van complicaties en het opstellen van een veilig anesthesieplan. In de anesthesiepraktijk wordt een “onverwachte moeilijke luchtweg” beschouwd als een van de gevaarlijkste scenario’s; preoperatieve beoordeling is het voornaamste instrument om dat verrassingselement te elimineren.

Waarom is het zo belangrijk?

Onderzoek toont aan dat een aanzienlijk deel van de anesthesiegerelateerde sterfgevallen en ernstige complicaties verband houdt met mislukt luchtwegmanagement. Een onverwachte moeilijke luchtweg kan leiden tot levensbedreigende noodsituaties zoals “kan niet intuberen, kan niet oxygeneren” (can’t intubate, can’t oxygenate — CICO). Preoperatieve beoordeling moet daarom niet slechts worden beschouwd als een technisch protocol, maar als de hoeksteen van patiëntveiligheid.

Componenten van de beoordeling

1. Anamnese

Eerdere anesthesieervaringen: Als de patiënt eerder anesthesie heeft ondergaan, is het essentieel vast te stellen of er daarbij problemen zijn opgetreden met het luchtwegmanagement. Een gedocumenteerde voorgeschiedenis van moeilijke intubatie is uiterst belangrijke informatie.

Familiegeschiedenis: Bepaalde anatomische kenmerken zijn erfelijk; een familiegeschiedenis van moeilijke intubatie kan wijzen op een verhoogd risico.

Huidige klachten: Symptomen zoals snurken, slaapapneu, dysfagie, heesheid, beperkte nekbeweeglijkheid of kaakpijn kunnen wijzen op onderliggende luchtwegproblemen.

Systemische aandoeningen: Reumatoïde artritis (met cervicale betrokkenheid), ankyloserende spondylitis, acromegalie, obesitas, diabetes (limited joint mobility-syndroom), schildklieraandoeningen en hoofd-halstumoren behoren tot de voornaamste aandoeningen die het risico op een moeilijke luchtweg verhogen.

Eerdere hoofd-halsoperaties of radiotherapie: Deze kunnen leiden tot zachtweefselfibrose en bewegingsbeperking, waardoor intubatie moeilijker wordt.

2. Lichamelijk onderzoek

Dit vormt de meest kritische component van de preoperatieve luchtwegbeoordeling. Meerdere anatomische parameters worden in combinatie beoordeeld.

Mallampati-classificatie

De patiënt wordt gevraagd de mond volledig te openen en de tong uit te steken. De zichtbare structuren worden vervolgens geclassificeerd.

  • Klasse I: Zacht gehemelte, uvula, fauces en tonsillen zijn volledig zichtbaar. Geen intubatieproblemen worden verwacht.
  • Klasse II: Zacht gehemelte, uvula en fauces zijn zichtbaar; tonsillen niet.
  • Klasse III: Alleen zacht gehemelte en basis van de uvula zijn zichtbaar.
  • Klasse IV: Alleen het harde gehemelte is zichtbaar. Het risico op moeilijke intubatie is hoog.

Mondopening (interincisale afstand)

De afstand tussen de boven- en onderincisieven. Een waarde van ≥ 3 cm (ongeveer drie vingerbreedten) wordt als normaal beschouwd. Onder 3 cm wordt laryngoscopie aanzienlijk moeilijker.

Thyreomentale afstand

De afstand van de kintop tot de bovenrand van het schildkraakbeen met het hoofd in volledige extensie. De normale waarde is ≥ 6–6,5 cm. Een korte thyreomentale afstand geeft aan dat visualisatie van de anterieure larynxstructuren tijdens laryngoscopie moeilijk zal zijn.

Sternamentale afstand

De afstand van de kintop tot de jugulaire inkeping van het sternum met het hoofd in volledige extensie. De normale waarde is ≥ 12,5 cm. Deze meting is bijzonder waardevol bij patiënten met beperkte nekbeweeglijkheid.

Nekbeweeglijkheid

Beoordeling van hoofdflexie en -extensie. Normale extensie bedraagt ongeveer 80°. Reumatoïde artritis, ankyloserende spondylitis en eerdere cervicale chirurgie kunnen de nekbeweeglijkheid beperken en de laryngoscopiehoek ongunstig beïnvloeden.

Bovenlipbeettest (ULBT)

De patiënt wordt gevraagd de bovenlip te bijten met de onderincisieven.

  • Klasse I: Onderste tanden bedekken de slijmvlies van de bovenlip — gunstige prognose.
  • Klasse II: Onderste tanden bereiken de bovenlip maar kunnen het slijmvlies niet bedekken.
  • Klasse III: Onderste tanden bereiken de bovenlip niet — hoog risico op moeilijke intubatie.

Nekomtrek en obesitas

Bij patiënten met een nekomtrek ≥ 40 cm neemt het risico op een moeilijke luchtweg duidelijk toe. Obese patiënten hebben bovendien verminderde zuurstofvoorraden en een lagere tolerantie voor apnoeperioden.

Mandibulaire anatomie en micrognathie

Een kleine of teruggeweken kaak (micrognathie of retrognathie) bemoeilijkt de anterieure verplaatsing van de tong tijdens laryngoscopie, waardoor de glottiszichtbaarheid vermindert.

Tandstatus

Losse, gebroken of uitstekende tanden vormen een risico tijdens laryngoscopie. Als de patiënt een gebitsprothese draagt, moet worden gepland of deze vóór de procedure moet worden verwijderd.

3. Predictieve scoresystemen

Wanneer één enkele parameter onvoldoende is, worden gecombineerde scoresystemen gebruikt.

De LEMON-score

Een praktisch beoordelingsinstrument ontwikkeld om een moeilijke luchtweg te voorspellen.

  • L — Look externally: Visuele aanwijzingen zoals gezichtstrauma, korte nek, grote tong of baard.
  • E — Evaluate the 3-3-2 rule: Mondopening ≥ 3 vingerbreedten, hyoïd-kinafstand ≥ 3 vingerbreedten, schildklier-mondbodemsafstand ≥ 2 vingerbreedten.
  • M — Mallampati: Klasse III of IV signaleert verhoogd risico.
  • O — Obstruction: Luchtwegobstructie door een massa, abces of vreemd lichaam.
  • N — Neck mobility: Beperkte nekbeweeglijkheid.

De Wilson-risicoscore

Beoordeelt vijf parameters: gewicht, hoofd-nekbeweeglijkheid, kaakbeweging, retrognathie en uitstekende tanden. Een totaalscore van ≥ 2 wordt beschouwd als indicatief voor een hoog risico op moeilijke intubatie.

4. Aanvullend onderzoek

Wanneer standaard lichamelijk onderzoek onvoldoende is, kunnen aanvullende onderzoeken noodzakelijk zijn.

Directe of indirecte laryngoscopie: Bij heesheid, dysfagie of een vermoede luchtwegmassa kan preoperatieve laryngoscopie worden uitgevoerd om de stembandbeweeglijkheid en luchtweeganatomie te beoordelen.

Cervicale röntgenfoto en CT: Bij patiënten met halsmasssa’s, tracheadevitatie of cervicale pathologie verduidelijkt beeldvorming de relevante structuren.

Slaapapneu-evaluatie: De STOP-BANG-vragenlijst wordt gebruikt om obstructieve slaapapneu op te sporen. Bij hoogrisicopatiënten moet de luchtwegveiligheidsplanning ook worden uitgebreid naar de postoperatieve periode.

5. Aspiratierisicobeoorddeling

Dit vormt een onlosmakelijk onderdeel van de luchtwegbeoordeling.

Situaties met een hoog aspiratierisico: Recente voedselinname binnen de afgelopen 6 tot 8 uur (volle maag), gastro-oesofageale refluxziekte, zwangerschap (met name vanaf het tweede trimester), obesitas, diabetische gastroparese, darmobstructie en spoedchirurgische situaties.

Bij deze patiënten moeten RSI en een plan voor snelle luchtwegsecuritisatie worden opgesteld.

6. Preoperatieve planning en documentatie

Het doel van de gehele beoordeling is het opstellen van een concreet anesthesieplan. Dit plan dient antwoord te geven op de volgende vragen.

Wordt standaardinductie toegepast, of is een gewijzigde aanpak vereist? Als een moeilijke luchtweg wordt verwacht, wordt waakintubatie met fiberoptische bronchoscopie gepland? Welke reserveplannen (Plan A, Plan B, Plan C) worden voorbereid? Is de moeilijke luchtweg-trolley met alle benodigde apparatuur gereed? Is de assistentie van een tweede anesthesioloog of een KNO-arts noodzakelijk?

Al deze informatie moet worden gedocumenteerd in de anesthesienota en worden gedeeld met het operatiekamerteam. Een vermelding “moeilijke luchtweg” is ook voor toekomstige behandelingen uiterst waardevol en dient in alle medische dossiers van de patiënt te worden opgenomen.

Het moeilijke luchtweg-algoritme

Wanneer de preoperatieve beoordeling een hoge kans op moeilijke intubatie aantoont, moet de anesthesioloog een gestructureerd plan hebben vóórdat de inductie begint. Richtlijnen van de American Society of Anesthesiologists (ASA) en de Difficult Airway Society (DAS) schetsen stapsgewijze algoritmen die strategieën voor waakintubatie, videolaryngoscopie, supraglottische reddingsapparaten en noodchirurgische luchtwegtogang (cricothyroïdotomie) omvatten. De preoperatieve beoordeling bepaalt welke tak van dit algoritme wordt gevolgd — zij is dan ook geen bijkomstigheid, maar het werkelijke fundament van veilige anesthesiologische zorg.


Deze inhoud is uitsluitend bedoeld voor informatiedoeleinden. Raadpleeg voor alle klinische beslissingen de betreffende specialist.